ONDERWIJSACTIES

DE ONTDEKKING VAN DE ONDERWIJSASSISTENT

Tekst Ronald de Kreij Beeld Doon van de Ven

‘WAT VOOR HET ONDERWIJZEND PERSONEEL GELDT, GELDT IN MISSCHIEN NOG GROTERE MATE VOOR ONS: VEEL WERKDRUK EN WEINIG VERDIENSTEN’

Het heeft even geduurd. Maar hoe langer de acties in het basisonderwijs voortduren, hoe meer aandacht er óók is voor de positie van het ondersteunend personeel. ‘Ik dacht: hèhè, eindelijk, dat was hard nodig ook!’

Hoe lang wordt er nu eigenlijk al – niet altijd, maar met enige regelmaat – actie gevoerd in het basisonderwijs? Twee jaar? Tweeënhalf jaar? Lang in ieder geval. En hoeveel conciërges, administratief medewerkers en onderwijsassistenten heb jij tussen al die docenten tijdens de manifestaties gezien? Ze waren er echt bij hoor. Maar de media en waarschijnlijk ook de toeschouwers hadden er alleen geen aandacht voor.

‘We worden nog te veel gezien als de personen die de kopietjes maken en de lijmpotten bijvullen’, vertelt Martine Tilanus. ‘Maar zonder het ondersteunend personeel komt het passend onderwijs in Nederland, dat we sinds 2014 nastreven, echt niet van de grond. Ik ben daarom blij dat de schijnwerpers nu ook op ons gericht worden. Heel voorzichtig, maar toch. Ook wij worden al jaren zwaar ondergewaardeerd. Ik heb daarom eind januari twee dagen meegestaakt en heb de manifestatie in Zutphen bezocht. Daar was onder de noemer #oopdoetookmee speciale aandacht voor onze positie. Ik dacht: hèhè, eindelijk, dat was hard nodig ook! Dit heb ik gemist tijdens de voorgaande stakingsacties.’

De FNV speelt in deze omslag een voortrekkersrol als bond voor met name het ondersteunend personeel.

STAPJE TERUG

Tilanus werkt als onderwijsassistent op een basisschool in Rheden. Daarvoor stond ze twaalf jaar voor de klas, maar ze besloot een stapje terug te doen. ‘De scholen hadden geen flauw idee wat ze met iemand zoals ik aan moesten. Waar konden ze me voor inzetten? Waar móchten ze me voor inzetten? Niemand die het wist, dus werd mij gevraagd wat ik zelf dacht dat mijn taken waren. Er is wel een functieomschrijving, maar die is achterhaald door de vele taken die er bij zijn gekomen door onder andere het passend onderwijs.’

Wat doet een onderwijsassistent allemaal? Tilanus: ‘Ik begeleid individuele kinderen, ondersteun de leerkracht in de groep, neem de groep soms over, werk nauw samen met de intern begeleider, sluit aan bij oudergesprekken… Ik werk twintig uur per week, maar kan er zo veertig van maken. Werk genoeg. Oók voor de conciërge, voor de intern begeleider, voor al het ondersteunend personeel.’

Hoewel het een bewuste keuze was om dit te gaan doen, was haar eerste salarisstrook toch wel even schrikken. ‘Natuurlijk, ik heb bepaalde verantwoordelijkheden niet meer. Maar een onderwijsassistent verdient in tweeënhalve dag werken ongeveer 300 euro netto minder dan een leerkracht die twee dagen werkt. Dat was dus een duur stapje terug. Terwijl ik er per saldo steeds meer taken bij krijg. Dus wat voor het onderwijzend personeel geldt, geldt in misschien nog wel grotere mate ook voor ons: veel werkdruk en weinig verdiensten.’

BLIJ MET DE AANDACHT

Ze is blij met de aandacht die er nu eindelijk ook is voor het ondersteunend personeel. ‘Niet alleen om er zelf in salaris op vooruit te kunnen gaan’, zegt, ‘maar ook voor andere zaken die hoog nodig zijn. Bijvoorbeeld nu eindelijk eens op papier zetten wat allemaal onze taken zijn. En ook wat niet.’

‘We willen in Nederland dan wel dat alle kinderen naar dezelfde basisschool moeten kunnen gaan’, vervolgt ze haar verhaal, ‘maar we zijn vergeten hoe pittig dat is. Hoe we in een groep van dertig kinderen ook de kinderen met autisme of met adhd tot hun recht kunnen laten komen. Dat vergt meer dan “de ondersteuners doen maar iets leuks met ze en dan komt het goed”.’

Tilanus spreekt uit ervaring. Haar zoon – de reden van haar “stapje terug” – gaat naar het speciaal onderwijs. ‘Daar krijgt hij alle aandacht die hij nodig heeft. Die scholen zijn er dus niet voor niets. Waarom zouden we dat dan willen opheffen? Want daar sturen we op aan. Om hem verwezen te krijgen hadden wij een dossier van een meter dik nodig en heeft hij diverse trajecten doorlopen met als dieptepunt een half jaar thuiszitten. Ik weet als geen ander hoe frustrerend het voor ouders kan zijn wanneer dit dan niet lukt. Soms kom ik ook bij mij op school kinderen tegen van wie ik denk: jij zou zo veel beter af zijn op een school die jou echt ziet en die jou kan bieden wat je echt nodig hebt.’

Deel deze pagina