TROUW VAKBONDSLID

RIJKSBESTRIJDER NR. 19 NA 46 JAAR MET PENSIOEN

Tekst Ronald de Kreij Beeld Adriaan Waas

Na 46 jaar trouwe dienst als muskusrattenbestrijder en even zovele jaren trouw vakbondslidmaatschap is Sjef Keustermans nu sinds 1 mei met pensioen. Gedurende zijn loopbaan veranderde er veel in zijn werk. Alleen het muskusrattenvangen zelf bleef hetzelfde.

'‘De mooiste baan op aarde’, noemt Sjef Keustermans het werk dat hij onlangs heeft beëindigd. ‘Voor wie van de natuur houdt’, voegt hij er voor de zekerheid aan toe. Dit laatste is wat hem betreft zonder meer het geval. Dat zal ook niet verbazen, want anders houd je dit zware werk niet 46 jaar vol. Keustermans was op het moment van zijn pensionering zelfs de langst werkende muskusrattenbestrijder in Nederland. Hij begon zijn loopbaan in 1974 op 17-jarige leeftijd als 'Rijksbestrijder nr. 19'. ‘Net na de Tweede Wereldoorlog waren er al meldingen van muskusratten die door het graven van gangen onder dijken een gevaar vormden voor de waterweringen’, vertelt hij. ‘Maar dat was toen nog sporadisch. Vandaar dat er tot mijn komst slechts achttien bestrijders in Rijksdienst waren, voornamelijk in het zuiden van het land. Het probleem werd echter steeds groter en de muskusrat begon bovendien een opmars richting het noorden. Ter vergelijking: toen ik in dienst kwam telden we hier in Brabant hooguit vier of vijf bestrijders. Nu zijn dat er 28.’

REGENJAS EN LIESLAARZEN

Gedurende zijn loopbaan is er veel veranderd. Keustermans kreeg bij zijn aanstelling een regenjas, een paar lieslaarzen en honderd klemmen. En niet te vergeten een dienstbrommer. Hij moest immers mobiel zijn, en als 17-jarige had hij nog geen rijbewijs. Zijn eerste bestrijdingsgebied was de omgeving van Made – Drimmelen. Omdat hij daar zelf niet woonde, en ook niet de buurt, zat hij daar doordeweeks ‘op hotel’. Dit alles is nu heel anders. De bestrijders hebben hun eigen dienstauto en beschikken vaak over een boot, de meest geavanceerde vangmiddelen en een diensttelefoon en laptop waarop alle vangsten en vangstplekken nauwkeurig worden geregistreerd. Ook worden ze mobiel ingezet in andere vangstgebieden wanneer dat nodig is. De muskusrattenbestrijders zelf verhuisden van het Rijk naar de provincies en daarna naar de waterschappen. Drie overheden met ieder hun eigen beleid en prioriteiten. Maar wel met één grote gemeenschappelijke deler: Het economisch belang van muskusrattenbestrijding laat zich lastig onderbouwen. ‘Het schadeaspect komt namelijk pas achteraf, en blijkt vooral groot wanneer je niét bestrijdt. Omdat politici van nature niet geneigd zijn om veel geld te steken in preventie, loop je altijd achter de feiten aan. Maar inmiddels gaat het een stuk beter en blijkt ook het aantal vangsten af te nemen. Dat duidt er op dat we de populatie muskusratten terugdringen, al denk ik zelf dat de bestrijding altijd nodig zal blijven.'

MEEWERKEND VOORMAN

Keustermans heeft vanaf het begin van zijn dienstverband een leidinggevende functie gehad. Hij begeleidde en coachte anderen in het werk. Het muskusrattenvangen zelf had hij namelijk al vóór zijn aanstelling onder de knie. Hij liep vanaf zijn tiende regelmatig mee met een vriend van zijn vader die op vrijwillige basis – in de avonden en weekenden – muskusratten ving tegen een vergoeding van 5 gulden per gevangen exemplaar.

Ook het leidinggeven is de afgelopen tijd fors anders geworden. Keustermans: ‘Ik heb het allemaal meegemaakt. Van meewerkend voorman naar competentiemanagement, de invoering van gecertificeerd werken en natuurlijk de ontwikkeling van een Handboek Muskusrattenbestrijding waarna we het opeens heel anders moesten gaan doen. De vergadercultuur nam toe, evenals het papierwerk en het gebruik van elektronica. Dat werd me allemaal wat veel. Ik verlangde terug naar het veldwerk. Daarom heb ik drie jaar geleden in goed overleg met mijn leidinggevende afgesproken dat ik een stap terug zou doen. Een vorm van demotie met duidelijke afspraken over de arbeidsvoorwaarden en verantwoordelijkheden die ik daarbij kon behouden.’

Sjef Keustermans: ‘Ik ga me echt niet vervelen, hoor’

KORT VOOR JE PENSIONERING EEN STAP TERUG DOEN ALS LEIDINGGEVENDE OM HET ZWARE VELDWERK WEER OP TE PAKKEN. IS DAT NIET DE OMGEKEERDE WERELD?

ZWAAR WERK

Kort voor je pensionering een stap terug doen als leidinggevende en coach om het zware veldwerk weer op te pakken. Is dat niet de omgekeerde wereld? ‘Ja, misschien wel’, antwoordt hij. ‘Maar wat helpt is dat we een uitstekende ouderenregeling hebben. Een regeling die we nog onder het Rijk hebben afgesproken en waaraan ik als vakbondslid van de FNV zelf ook nog mee heb helpen vormgeven.’ Hiermee stond Keustermans mede aan de wieg van misschien wel een van de eerste en tevens een van de meest riante ouderenregelingen bij de overheid: een FPU++ regeling die de medewerkers vanaf hun vijftigste de mogelijkheid biedt om één dag minder te gaan werken tegen 5 procent minder loon maar met behoud van 100 procent pensioenopbouw. Tegen soortgelijke voorwaarden kan de medewerker vanaf zijn zestigste zelfs twee dagen per week minder gaan werken. ‘Ik maak zelf uiteraard gebruik van deze regeling. Maar niet iedereen kan dat nu. Onder de provincies bestond de regeling nog voor iedereen – ik zat toen namens de FNV in het Georganiseerd Overleg – maar de waterschappen wilden de regeling niet overnemen. Behalve voor bestaande gevallen. Nieuwe werknemers worden aangenomen in algemene dienst zodat ze, wanneer de muskusrattenbestrijding te zwaar voor ze wordt, kunnen worden overgeplaatst naar een minder zware functie elders bij het waterschap. Maar dat blijkt in de praktijk nog niet mee te vallen. Muskusrattenbestrijders zijn toch behoorlijk vrije vogels met veel zeggenschap over hun eigen werk. Dan valt het niet mee om opeens iets heel anders te gaan doen.’

VRIJE VOGEL

Wat gaat deze 'vrije vogel' zelf allemaal doen nu hij met pensioen is? ‘Ik ga me echt niet vervelen, hoor’, zegt hij met nadruk. ‘Ik heb veel hobby’s en een vrouw, kinderen en kleinkinderen om mee op pad te gaan. Ik ga elk jaar op wandelvakantie in het oerbos in Polen, heb een tuin om te onderhouden, doe aan jachtbeheer en ik werk als vrijwilliger in het natuuronderhoud op een landgoed. Bovendien heb ik met mijn leidinggevende afgesproken dat ik de app van het werk op mijn telefoon mag behouden, zodat ik zo af en toe nog eens mee kan met collega muskusrattenbestrijders. Want het blijft prachtig werk. En wat er allemaal ook veranderd is, één ding is hetzelfde gebleven. Namelijk het muskusratten vangen zelf. Lopen langs de sloten, je klemmen plaatsen en de volgende dag terug. Ik zei het al: de mooiste baan op aarde.’

Deel deze pagina