BELASTINGTELEFOON

MEDEWERKERS BELASTINGTELEFOON 'PAKKEN HUN RUIMTE'

Tekst Ronald de Kreij Beeld Dieuweke Hermsen, Shutterstock

Wat betekent de coronacrisis voor het werk van mensen in overheidsdienst? We vroegen het een aantal van hen tijdens de 'intelligente lockdown'. Bij de Belastingtelefoon wordt 'gewoon' doorgewerkt, maar nu zitten de medewerkers wel verspreid door het gebouw.

Vijf van de zes callcenters van de Belastingtelefoon zijn verspreid door het land ondergebracht in de kantoren van de Belastingdienst. ‘Door de crisis is het bewustzijn doorgedrongen dat we eigenlijk in een soort kippenhok werken, op een kluitje bij elkaar’, zo beschrijft Renske Veenstra haar werkplek bij de Belastingtelefoon in Groningen. ‘Hier moeten we echt wat mee, wanneer straks de crisis voorbij is. Ik denk dat de kantoortuin in de oude vorm, met heel veel hokjes dicht naast elkaar, zijn langste tijd dan wel heeft gehad.’ Geluk bij een ongeluk: de medewerkers van vrijwel alle andere dienstonderdelen van de Belastingdienst werken sinds de lockdown vanuit huis. Daardoor is binnen de gebouwen ruimte ontstaan voor de callcentermedewerkers om de vereiste minimale anderhalve meter afstand van elkaar te creëren. ‘Wij zijn namelijk nog niet zover om alle 2.400 medewerkers vanuit huis te laten werken’, vertelt Veenstra. ‘Daarvoor moeten te veel zaken geregeld worden. De beveiliging van de persoonsgegevens bijvoorbeeld moet gegarandeerd zijn.’

GRIEPKLACHTEN

Inmiddels werkt de Belastingdienst hard aan het uitrollen van thuiswerken voor de callcentermedewerkers. In korte tijd zijn een kleine driehonderd thuiswerkplekken gerealiseerd. Veilig, conform de arbo-normen, maar veelal wel met nog maar één in plaats van twee beeldschermen zoals die op kantoor ook worden gebruikt. Ondertussen werkt Veenstra net als haar ongeveer 2.400 collega’s op kantoor ‘zoveel als we kunnen gewoon door’. Maar zo gewoon is dat niet, mede omdat er – op het moment van dit schrijven – een kleine duizend van alle medewerkers thuis zaten met lichte verkoudheids- of griepklachten. ‘Het devies is: bij snotteren of hoesten thuisblijven. Daardoor is het op het werk een stuk drukker. Niet omdat we meer telefoontjes krijgen, dat valt mee, maar omdat we simpelweg met te weinig mensen zitten. Hierdoor is onze bereikbaarheid zeker in het begin iets afgenomen. Helaas, maar de omstandigheden brengen dat nu eenmaal met zich mee. Inmiddels is het rustiger en is er minder wachttijd. Mogelijk dat mensen minder bellen, omdat er een bandje is gekomen dat degenen in de wacht oproept alleen te bellen voor dringende zaken.’

PIJNLIJKE VERHALEN

De Belastingtelefoonmedewerkers krijgen wel vaker pijnlijke verhalen te horen van bellers die financieel dreigen vast te lopen. Dat is tijdens de coronacrisis zeker niet minder geworden. ‘Schrijnende situaties zijn altijd al aan de orde van de dag’, aldus Veenstra. ‘En dan zit ik nog op de afdeling Particulieren. Ik kan me voorstellen dat ze het momenteel in Eindhoven, op de afdeling Ondernemers, nog wel een tikkeltje zwaarder hebben.’ De Belastingdienst was niet voorbereid op deze situatie. ‘Dat kan ook niet, want niemand had deze crisis durven voorspellen. Daarom worden besluiten over hoe we de gevolgen zoveel mogelijk kunnen ondervangen met veel stoom en kokend water genomen. Ik heb daar begrip voor. Maar als lid van de ondernemingsraad én van de groepsondernemingsraad wil ik dat we als werknemers bij de besluitvorming worden betrokken. We zijn nu bijvoorbeeld op de werkdagen minder lang open, tot vijf uur ’s middags in plaats van acht uur ’s avonds. Dat heeft gevolgen voor de onregelmatigheidstoeslagen voor het personeel. Hoe gaan we daar mee om? Zo hebben we vanuit de medezeggenschap meer vragen. Daarbij zeg ik: ook na de invoering van een nieuwe maatregel kan je als werkgever nog een advies- of instemmingsaanvraag bij de or of gor neerleggen. Hier wil ik trouwens nog wel aan toevoegen dat de vakbonden er inmiddels voor gezorgd hebben dat de onregelmatigheidstoeslag alsnog op grond van het arbeidspatroon uit het verleden wordt uitbetaald. Dat is wat mij betreft een dik hoera voor de bonden.’

‘SCHRIJNENDE SITUATIES ZIJN ALTIJD AL AAN DE ORDE VAN DE DAG’, ALDUS RENSKE VEENSTRA.

EN STRAKS?

En straks, als de pandemie voorbij is, hoe kijkt Veenstra dan terug op deze periode? ‘In de eerste plaats wil ik zeggen dat ik enorm meeleef met de mensen die met de harde kant van het coronavirus in aanraking zijn gekomen. En ik weet nu ook dat ons werk in ieder geval gewaardeerd wordt. We zijn immers in de schijnwerpers geplaatst als een cruciaal proces dat hoe dan ook doorgang moet vinden. Wat dat betreft ook een dik hoera voor mijn werkgever, die gratis lunches verstrekt aan de medewerkers die in verband met hun vitale beroep naar de kantoren moeten komen.’ ‘Voorts hoop ik dat we straks met minder mensen in één kantoorruimte komen te werken’, vervolgt ze. ‘En ik denk dat door corona de mogelijkheid tot thuiswerken voor ons een stap dichterbij is gekomen. Al met al hoop ik dus straks vooral de positieve effecten van deze crisis terug te zien.’