AFVALBEDRIJVEN

‘GEWOON WEER EEN HEEL MOOIE CAO’?

Tekst Ronald de Kreij Beeld Doon van de Ven

BIRSEN YAVUZ: ‘DE WERKGEVERS WERDEN EEN BEETJE ZENUWACHTIG VAN ONZE ACTIES’

De bond heeft nieuwsbrieven verspreid, maar ook flyers uitgedeeld en posters in de bedrijven opgehangen

In de sector zelf hebben ze het over ‘gewoon weer een heel mooie nieuwe cao’. Maar in andere sectoren zouden veel werknemers er op voorhand blind voor tekenen: 7,25 procent meer loon, en binnen twee jaar na indiensttreding minimaal 14 euro per uur voor álle werknemers. ‘Voor uitzendkrachten betekent dit laatste een loonsverhoging die kan oplopen tot 10 procent en voor jongeren zelfs tientallen procenten.’

Het overleg over een nieuwe cao voor de afvalbedrijven – meer precies: de cao Grondstoffen, Energie & Omgeving (GEO) – heeft klinkende resultaten opgeleverd. De lonen gaan in vier stappen omhoog. Op 1 april jongstleden hebben de werknemers er 3 procent bij gekregen, en op 1 november 2022 krijgen ze nog eens 0,5 procent. Op 1 april 2023 worden de lonen nogmaals verhoogd met 3 procent en op 1 november 2023 wederom met 0,5 procent. Daarnaast gaat per 1 januari 2023 de eindejaarsuitkering van 3,25 procent naar 3,5 procent. Ook hebben de vakbonden en werkgevers afgesproken om in het vierde kwartaal van 2023 te kijken naar het inflatiecijfer. Als dat dan nóg verder is gestegen, kan dat voor de partijen een reden zijn om nieuwe aanvullende afspraken te maken.

Voor de volledigheid: het merendeel van de 7.500 werknemers in de sector werkt als vuilophaler, kraanmachinist, chauffeur op veegmachines of in de milieustraten. ‘De meesten van hen doen fysiek zwaar werk en daar moet een fatsoenlijk loon tegenover staan’, vindt Birsen Yavuz, bestuurder bij FNV Overheid.

Investeren en vertrouwen

Hoe doe je dat, zulke mooie afspraken maken? Volgens Birsen is dat een kwestie van een goede voorbereiding met de kaderleden en investeren in vertrouwen. ‘De kaderleden weten goed wat de behoeften zijn van de medewerkers in de sector en hebben concrete oplossingen. Die input hebben we samen verwerkt in een breed gedragen inzetbrief. En met de werkgevers hebben we afgesproken om gewoon open en eerlijk te zijn over onze wederzijdse verwachtingen. Wat willen wij en wat is volgens de werkgevers mogelijk? Met als uiteindelijke doel om dat wat in de portemonnee zit eerlijk te verdelen over alle werknemers: van jong tot oud, maar ook de flexkrachten waarvan we er in deze sector ontzettend veel hebben.’

Wat zeker ook heeft geholpen, meent Birsen, is dat ‘we weten dat veel mensen denken dat wel of geen vakbondslidmaatschap niets uitmaakt omdat de cao er toch altijd wel komt. Wij zijn daarom voor de start van het cao-overleg een campagne gestart om uit te leggen wat de bond allemaal doet. We hebben nieuwsbrieven verspreid, maar ook flyers uitgedeeld en posters in de bedrijven opgehangen. Dat heeft de werknemers bewuster gemaakt van het nut van de vakbond en hun inspraak in de nieuwe cao.’

Te voet en te paard

Vertrouwen is één, maar zoals bekend: het komt te voet en vertrekt te paard. Dit laatste gezegde dreigde ook in dit laatste cao-overleg even een bittere waarheid te worden. ‘De werkgevers hielden vast aan enkele verslechteringen waar wij zeer op tegen waren’, vertelt Michel Buitenhuis. Hij werkt als senior procestechnoloog bij afvalverwerker Attero in Wilp -Achterhoek en woonde als kaderlid van de FNV namens de bond het cao-overleg bij als tweede onderhandelaar. Dit overigens alweer voor de vierde keer.

‘De sfeer aan de onderhandelingstafel was prima, hoor’, blikt hij terug. ‘Maar er bleven enkele punten liggen waar we niet zo snel uit kwamen. De werkgevers wilden bijvoorbeeld de zondag invoeren als een “gewone” werkdag, ze wilden sleutelen aan de toeslagen op werken in de weekenden, én ze wilden een jaarurenregeling invoeren. Met name dit laatste stuitte op veel weerstand van onze achterban. Dat kan namelijk zomaar betekenen dat je bijvoorbeeld in de zomer ontzettend veel overuren maakt, om die in de winter thuis op de bank te compenseren.’

Uitvraag en flyeracties

‘Omdat we er niet uit kwamen’, vult Birsen aan, ‘ben ik door middel van een poll de leden gaan bevragen of zij in het uiterste geval bereid zouden zijn tot acties. Ook zijn we als bond gaan flyeren bij de poorten van verschillende afvalbedrijven. Dat was best ongebruikelijk, want de onderhandelingen liepen gewoon nog. Ik denk dat de werkgevers daar een beetje zenuwachtig van zijn geworden.’ Michel weet dit laatste vrijwel zeker. ‘Opeens konden we weer zaken doen. Er bleek zelfs nog iets meer mogelijk in de salarissen, de verslechteringen rond de weekendtoeslagen verdwenen van tafel en de jaarurenregeling is een onderwerp van overleg per bedrijf geworden, maar alleen in samenspraak met de bond én de ondernemingsraad. Overigens blijken op dit moment slechts 4 van de 33 bedrijven zo’n regeling te overwegen.’ Zo kon dus alsnog een akkoord worden gesloten. Michel is naar eigen zeggen ‘heel tevreden’ over de uitkomsten. Hij denkt bovendien te kunnen spreken namens veel collega’s. ‘Ik krijg complimenten omdat maar weinigen hadden verwacht dat we na de vorige goede cao-uitkomsten met al acht jaar lang een koopkrachtstijging opnieuw iets moois konden bereiken. Maar dit laatste heeft volgens mij alles te maken met het goede werk van de kaderleden in de sector en het onderlinge vertrouwen dat aan de cao-tafel toch overheerst. Als werkgevers en vakbonden wil je tenslotte samen zorgen voor een goed pakket arbeidsvoorwaarden met een goed loon om als cruciale sector aantrekkelijk te blijven voor zowel de huidige als toekomstige medewerkers.’

Calamiteitenverlof

Wat zijn behalve het loon de andere uitkomsten van dit overleg? Birsen somt op: ‘Volledig vergoed calamiteitenverlof, in plaats van tot voor kort slechts de helft; en een vervangingstoelage naar rato van de vervanging, waar voorheen alleen de vergoeding werd gegeven wanneer iemand een ander in een hogere functie volledig verving. Daar kregen we best veel klachten over van leden. Die vervingen dan een hoger ingeschaalde collega voor zogenaamd niet meer dan 90 procent, en kregen daar niet meer dan een schouderkopje voor omdat het niet 100 procent was.’

Zo mogelijk nog belangrijker: ‘Naast de jeugdschalen verdwijnen ook de onderste loonschalen uit de cao’, aldus Michel. ‘We zijn blij dat het hierdoor voor jongeren aantrekkelijker wordt om te komen werken in onze sector. Zij krijgen nu betaald voor het werk dat ze doen en niet op basis van hun leeftijd.’

Dit laatste betekent dat alle werknemers binnen twee jaar na indiensttreding minimaal 14 euro per uur verdienen. Birsen: ‘Dit geldt dus ook voor uitzendkrachten. Juist deze werknemers worden het hardst getroffen door de inflatie. Voor hen betekent dit een loonsverhoging die kan oplopen tot circa tien procent en voor de jongere uitzendkracht zelfs tientallen procenten.’

Verder zijn er afspraken gemaakt over het in vaste dienst nemen van 400 uitzendkrachten, over een reiskostenvergoeding, verlaging van de werkdruk, rouwverlof en verlofsparen. Ook ontvangen alle werknemers die lid worden van een van de vakbonden waarmee de cao is afgesloten een eenmalige bijdrage van hun werkgever van 120 euro netto.

‘WE HEBBEN BESLOTEN OPEN EN EERLIJK TE ZIJN OVER ONZE WEDERZIJDSE VERWACHTINGEN’
MICHEL BUITENHUIS: ‘NIET VERWACHT DAT WE WEER ZO’N MOOIE CAO KONDEN AFSLUITEN’

Deel deze pagina