SERIE: VAKBONDSWERK VAN DE TOEKOMST (DEEL 2)

‘HET DRAAIT OM ZICHTBAAR ZIJN’

Tekst Ronald de Kreij Beeld Jan Paul Kuit

‘UITEINDELIJK MOETEN MENSEN TOCH ZICHZELF VAKBONDSLID MAKEN’

Hoe ziet het vakbondswerk van de toekomst er uit? Volgens kaderlid Mark Stam is zichtbaar zijn het aller belangrijkste. Vooral als je jongeren wilt bereiken.

De maatschappij verandert, dus verander mee! (Of is het andersom: omdat wij veranderen, verandert ook de maatschappij? Maar laten we deze vraag aan de deskundigen overlaten.) Wat betekent die veranderende maatschappij voor de vakbond en het vakbondswerk? We vroegen het een aantal vakbondskaderleden van FNV Overheid die voor een deel van hun werk zijn vrijgesteld voor het uitvoeren van vakbondstaken. In dit nummer deel 2 van een serie: Mark Stam, senior Penitentiair Inrichtingswerker bij de PI Sittard. ‘Ik ben met als gedeeltelijk vrijgestelde begonnen in mei 2020. Dat was niet het meest gunstige tijdstip, om het zo maar te zeggen. We zaten diep in de coronacrisis en alles wat we deden moest digitaal. Ik kon geen andere penitentiaire inrichtingen bezoeken en ook de maandelijkse vergadering van onze bedrijfsledengroep moest van achter de computer. Het hebben van directe contacten was zo goed als onmogelijk.’

‘Zichtbaar zijn als vakbond, naar mijn mening een van onze belangrijkste opdrachten, is lastig in een coronaperiode. Toch bood de pandemie ook een voordeel. Toen de boel weer een beetje open ging en de maatregelen iets werden versoepeld, kwam de FNV met het “bondkapje”. Dat was een gouden greep. Want dat mondkapje bood een uitgelezen mogelijkheid om de bond weer te laten zien op de werkvloer. We zijn dan ook uitgebreid gaan flyeren en mondkapjes uitdelen. Bij dit soort activiteiten werk ik nauw samen met de kaderleden, waarbij ik samen met mijn vakbondsbestuurder Yntse Koenen de regie voer over wie wat doet, waar en wanneer.’

Nuttige bezigheid

‘Vakbondswerk is een heel nuttige bezigheid. Je komt op voor de werkende Nederlander en zorgt ervoor dat diens arbeidsvoorwaarden goed gewaarborgd zijn en blijven. Probleem is alleen dat veel mensen niet weten wat de vakbond allemaal voor ze doet. Die zeggen dan bijvoorbeeld: “Ik heb al een rechtsbijstandsverzekering”. Dan is het aan mij en alle andere FNV-kaderleden om uit te leggen dat de bond véél meer voor zijn leden doet dan voor ze opkomen tijdens een conflict op het werk.’

‘Zichtbaar zijn, ik had het er al even over, is absoluut noodzakelijk. En ik vind dat de FNV zichtbaar is, zeker, al kan het natuurlijk altijd beter. Wij als gedeeltelijk vrijgestelden moeten aan dit laatste een bijdrage leveren. We hebben landelijk 22 PI’s en drie vrijgestelden. Dat betekent dat wij ieder meerdere PI’s onder ons hebben. Ik ben verantwoordelijk voor de vijf instellingen in het zuidoosten van het land. Om die te bedienen heb ik achttien uur per week, de helft van mijn aanstelling. De andere achttien uur werk ik in de PI in Sittard.’

‘Je zou denken dat het door corona met mijn eigen zichtbaarheid nog niet zo heel goed gesteld is. Maar het tegendeel is waar. Veel collega’s, ook van buiten mijn eigen werkplek, weten me prima te vinden met de meest uiteenlopende vragen. Terwijl de meesten mij fysiek nog nooit hebben gezien. Dat ze me toch kennen, komt waarschijnlijk door onze flyer-acties, de digitale bijeenkomsten en andere activiteiten zoals onze landelijke nieuwsbrief “Wist je dat”. Daarin belichten we specifieke onderwerpen die de mensen in hun werk tegenkomen en wat de bond op dat vlak voor hen kan betekenen. Met deze nieuwsbrief bereiken we ook niet-leden, die we vervolgens uiteraard oproepen om ook lid te worden.’

Meer investeren in jongeren

‘Als je mij vraagt wat er nog anders kan of beter moet, dan zeg ik dat we jongeren meer bij het vakbondswerk moeten betrekken. We moeten in ze investeren, desnoods al wanneer ze nog op de middelbare school zitten. Ik merk namelijk dat veel jongeren in onze branche wel luisteren naar wat we te zeggen hebben, maar er vervolgens weinig mee doen. Ze worden in ieder geval geen lid. Ik denk dat wanneer we als bond al op de scholen zichtbaar zijn en voorlichting geven, we daar later zeker de vruchten van kunnen plukken.’

‘Het is een absolute noodzaak om zo veel mogelijk mensen te betrekken bij het vakbondswerk. De kracht van de bond hangt immers nauw samen met de omvang van de achterban. Alleen kan je niets, met een paar mensen kan je iets, en met velen kan je heel veel. Zo eenvoudig is het, maar we moeten het nog steeds uitleggen. Aan jongeren dus, maar ook aan andere niet-leden.’

‘Een goede manier om mensen te betrekken is aanhaken bij actuele thema’s. Dat spreekt mensen aan. Nu speelt bijvoorbeeld de nieuwe cao. Die is op 31 maart jongstleden afgelopen, en er moet overlegd worden over een nieuwe. Maar de werkgever zegt pas in mei te kunnen onderhandelen, omdat er gewacht moet worden op de voorjaarsnotitie van het departement. Daar is onder de medewerkers veel ongenoegen over. Ik snap dat ook. Vorig jaar wist de werkgever ook al dat de voorjaarnotie in mei zou verschijnen. Dus waarom sluit je dan een cao die eind maart afloopt? Als FNV verzamelen en kanaliseren wij het ongenoegen van de werknemers hierover, en spelen dat door aan de werkgever.’

Zichzelf lid maken

‘Om meer mensen te activeren voor vakbondswerk en de bond tegelijkertijd nog beter zichtbaar te maken, probeer ik bijvoorbeeld succesverhalen zo veel mogelijk te delen, vooral ook met niet-leden. En ik probeer interesse bij jongeren te wekken door ze mee te nemen naar bijeenkomsten. Dat is nogal een uitdaging, want de animo is niet bepaald groot. Ze zijn te druk of hebben andere dingen te doen, zeggen ze. Dus je moet blijven uitleggen waarom de bond belangrijk is. Zij zijn nieuw, en zien de diepgang van het werk nog niet. Neem de roosters. Ze denken dat alles koek en ei is, terwijl de werkgever probeert zich er zo gemakkelijk mogelijk van af te maken. De oudgedienden worden met rust gelaten, met als gevolg dat de nieuwe collega’s flexibeler worden ingezet dan eigenlijk is toegestaan. Het duurt even voor ze daar zelf achter komen, maar dan is het wel al gebeurd. Met wat meer interesse voor de vakbond hadden ze vervelende situaties zoals deze kunnen voorkomen. Maar goed, ik kan niet blijven pushen. Uiteindelijk zullen ze toch zichzelf lid moeten maken. Hierbij kan ik hen alleen met woorden een zetje in de goede richting geven.’

MARK STAM: ‘WAT NOG BETER KAN? INVESTEREN IN JONGEREN!’

Deel deze pagina