CAO-AKKOORD UNIVERSITEITEN

‘MEER VASTE AANSTELLINGEN’

Tekst Ronald de Kreij Beeld Ekrulila, Frans Berkelaar

‘VERMINDERING VAN DE WERKDRUK IS NOG ALTIJD EEN PRIORITEIT'

Het cao-akkoord bij de universiteiten is één; nu komt het aan op uitvoering van de afspraken. ‘We zullen scherp toezien op de implementatie én op de naleving van de cao’, zegt FNV-bestuurder Jan Boersma. ‘Ook op alle afzonderlijke universiteiten.'

Een 'tussen-cao' zul je Jan Boersma het akkoord met de werkgevers niet horen noemen. ‘Daarvoor hebben we te veel goede afspraken gemaakt’, zegt hij. ‘Maar we zijn nog niet klaar. We moeten nog een volgende stap zetten naar meer vaste dienstverbanden, ook voor docenten en onderzoekers.’

Dat er nog steeds werk in het verschiet ligt, duidt er op dat de onderhandelingen niet van een leien dakje zijn gegaan. Boersma is de laatste die dit zal ontkennen. ‘De universiteiten zijn bezig met 'erkennen en waarderen', maar ze doen nog geen boter bij de vis. Wij sturen wel degelijk aan op afspraken over aanstellingen die ook voor postdocs en tijdelijke docenten gelden. Maar we krijgen veel verzet van de werkgevers. Daar moeten we ook mee omgaan.’

DE HOOFDPUNTEN

Tussen-cao of niet; een meerderheid van de leden van de betrokken vakbonden heeft ingestemd met het akkoord. Daarmee is de nieuwe cao met een looptijd tot en met 31 maart 2022 een feit. Daarin is een loonsverhoging afgesproken in twee stappen naar in totaal 2 procent per 1 januari 2022, een eenmalige uitkering van 650 euro bruto bij een voltijds dienstverband en verhoging van het minimumuurloon voor de universitaire sector per 1 juli 2021 naar 14 euro bruto per uur.

Andere hoofdpunten in de cao kort samengevat: netto thuiswerk- en internetvergoedingen; meer en sneller een vaste baan voor medewerkers in onderwijs en onderzoek, en in de ondersteuning; onderwijsgebonden onderzoekstijd voor docenten; terugdringing van de werkdruk door reële taakafspraken; en een verbeterd definitief vitaliteitspact om gezond de AOW-gerechtigde leeftijd te kunnen halen.

ZEKERHEID EN WERKDRUK

Het door Boersma aangekondigde toezicht op de implementatie en de naleving van de cao-afspraken zal zich vooral toespitsen op de onderwerpen werkdruk en vaste aanstellingen. Vermindering van de werkdruk is nog altijd een prioriteit, zo heeft een recent rapport van de Inspectie SZW onlangs weer eens aangetoond (zie ook het artikel 'Tik op de vingers van universiteiten' elders in dit e-magazine). En wat betreft de vaste aanstellingen blijkt ook hier nog veel winst te boeken gezien het nog altijd hoge percentage mensen op de universiteiten met een tijdelijke aanstelling.

‘We hebben nu afgesproken dat universitaire docenten, hoofddocenten en hoogleraren na één jaar een vast dienstverband moeten krijgen’, vertelt Boersma. ‘Deze afspraak geldt ook voor ondersteunend personeel. Dit betekent dat gedurende de looptijd van de cao ruim 800 docenten en een veelvoud aan ondersteunend personeel een vaste aanstelling krijgt! Dit is wat ons betreft het begin van een omslag naar vaste dienst als leidend principe in de primaire processen van de universiteit.’

Maar zover is het nu dus nog niet. ‘Een belangrijke rol is weggelegd voor het lokaal overleg’, aldus de vakbondsbestuurder. ‘Die moet de vinger aan de pols houden. We zullen als vakbond op lokaal niveau nadere afspraken moeten maken over de maximale omvang van de flexibele schil en over reële takenpakketten voor medewerkers om werkdruk terug te dringen. Er ligt dus nog werk in het verschiet.’

Deel deze pagina