WERKDRUK

TIK OP VINGERS VAN UNIVERSITEITEN EN HOGESCHOLEN

Tekst Ronald de Kreij Beeld Shutterstock

De FNV wil nu ook een ombudsman in het hbo.

Universiteiten en hogescholen scoren slecht op het vlak van de werkdruk en sociale veiligheid van hun medewerkers. De universiteiten krijgen hierover een tik op hun vingers van de Inspectie SZW. De hbo-instellingen doen het volgens een onderzoek van FNV Overheid op deze punten zeker niet beter.

Stel een onderzoek in naar de werkdruk en sociale veiligheid op de universiteiten, vroeg een coalitie van de vakbonden FNV Overheid en AOb en het platform WOinActie ruim een jaar geleden aan de Inspectie SZW (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Volgens deze partijen is er sprake van structureel onbetaald overwerk (tot wel 45 procent meer uren per week) en van onveilige werkomgevingen. Dit alles zou bij een grote groep medewerkers leiden tot stress, slaapgebrek en fysieke en psychische klachten.

Deze zomer bracht de Inspectie SZW de uitkomsten van dat onderzoek naar buiten. Alle veertien universiteiten besteden aandacht aan de te hoge werkdruk van hun personeel, maar dat heeft nog nergens voldoende effect. Slechter nog is het gesteld met de aanpak van ongewenst gedrag, omdat hier nog minder aandacht voor is dan voor de werkdruk. De inspectie verwacht dan ook niet dat met de huidige actieplannen de problemen worden opgelost.

HBO-INSTELLINGEN

Een soortgelijke conclusie trekt ook FNV Overheid op basis van eigen onderzoeken naar de werkdruk en sociale veiligheid bij de hbo-instellingen in ons land. Twee derde van de medewerkers op het hbo geeft aan een te hoge werkdruk te hebben ervaren in de twee jaar vóór corona. Eén op de zes heeft zich in die periode op meerdere vlakken in sterke mate sociaal onveilig gevoeld.

Van de afgesproken intenties van de werkgevers om werkdruk écht aan te pakken is weinig terecht gekomen. Vooral bij het onderwijzend personeel is de werkdruk te hoog: zeven op de tien werknemers heeft hier last van. Een derde van de werknemers overweegt weleens om deze reden van werk te veranderen.

Driekwart van de hbo-medewerkers vindt dat de werkdruk en de hoeveelheid werk nóg verder is toegenomen tijdens corona. Het aantal onbetaalde uren overwerk is voor onderwijzend personeel opgelopen tot gemiddeld acht uur per week en voor het ondersteunend en beheerpersoneel tot vier uur per week. Voor twee derde van de werknemers is daardoor de vrije tijd nog meer belast. Bij meer dan de helft van de werknemers zijn de psychische en lichamelijke klachten verder toegenomen tijdens de coronacrisis.

ZELFDE CONCLUSIE

Onafhankelijk van elkaar komen de Inspectie SZW en FNV Overheid tot de zelfde conclusies. De universiteiten en hogescholen zijn dan wel verplicht regelingen te treffen rond werkdruk, maar die dienen ook bekend te zijn bij de medewerkers en gemonitord te worden op effectiviteit. Helaas blijkt de bekendheid klein en behoeft de monitoring verbetering.

‘Beleidsmaatregelen leiden tot nu toe niet tot een lagere werkdruk’, zegt FNV-bestuurder Jan Boersma. ‘Als we echt een verandering willen zien, moeten we eerlijker kijken naar de uren die gegeven worden per taak. En er is gewoon te weinig geld om voldoende personeel aan te nemen. We hopen dan ook dat de politiek inziet dat ze meer geld moet vrijmaken. Niet alleen voor de universiteiten en het hbo, maar voor het gehele onderwijs. De werkdruk blijft maar toenemen en dit gaat ten koste van de té hardwerkende mensen en uiteindelijk ook van de kwaliteit van ons onderwijs en daarmee op termijn ook van de economie.’

ONAFHANKELIJKE OMBUDSMAN

Op het gebied van de sociale veiligheid van medewerkers pleit de FNV al langer voor de komst van een ombudsman die de mogelijkheid heeft om op onafhankelijke basis een onderzoek in te stellen bij een klacht. Bij de universiteiten is dit in de vorige cao geregeld Wat betreft de hbo’s herhaalt Boersma deze wens nu opnieuw.

De Inspectie SZW verwoordt haar bevindingen als volgt: ‘Als het gaat om sociale veiligheid op de werkvloer is er onvoldoende aandacht voor het op adequate wijze inventariseren van de arbeidsrisico’s. De inventarisatie vindt daarnaast niet plaats op basis van een analyse van de bestaande beschikbare gegevens (ook niet uit het verleden), maar als reactie op incidenten. Ook zijn de verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor het aanpakken van sociale onveiligheid niet altijd duidelijk omschreven. Bijvoorbeeld wie is verantwoordelijk voor het coördineren en verwerken van meldingen en signalen nadat de klachten zijn ingediend. De organisatie van de nazorg voor slachtoffers van discriminatie en seksuele intimidatie lijkt ook onvoldoende goed geregeld te zijn.'

Boersma tot slot: ‘We kunnen in ieder geval stellen dat de universiteiten en hogescholen de urgente en verplichte taak hebben om meer aandacht te geven aan werkdruk en sociale veiligheid en het verbeteren van de ondersteunende regelingen om deze te kunnen waarborgen. Wij als vakbond gaan hierover verder in gesprek met zowel de onderwijsinstellingen als met de Inspectie SZW.’

DE INSPECTIE VERWACHT NIET DAT MET DE HUIDIGE ACTIEPLANNEN DE PROBLEMEN WORDEN OPGELOST

Deel deze pagina