FNV-PLAN

ARBEIDSBEPERKTEN AAN WERK HELPEN LOONT

Tekst Ronald de Kreij Beeld Harold J. Wilke, Shutterstock

De FNV heeft opnieuw een plan gelanceerd om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. De uitwerking daarvan kost per persoon weliswaar iets meer, maar levert uiteindelijk geld op.

FNV-bestuurder Peter Wiechmann is optimistisch. ‘Met een beetje politieke wil kan ons plan per direct worden ingevoerd. Het kost op de korte termijn namelijk geen geld. Het enige dat nodig is, is het overhevelen en opnieuw verdelen van budgetten.’ Wiechmann is echter ook realistisch. ‘De politieke molens draaien minder snel dan we vaak hopen, dus zeker middenin coronatijd zullen we nog enig geduld moeten hebben. Maar wij gaan ervoor zorgen dat het onderwerp op de agenda blijft en een plek krijgt bij de evaluatie van de Participatiewet.’

RECHT OP WERK

De FNV-bestuurder refereert aan het rapport 'De waarde van werk verzilveren', dat de bond in september heeft gepresenteerd. Dat borduurt verder op de in januari verschenen nota Recht op werk', waarin de FNV pleit voor de komst van sociale ontwikkelbedrijven: SW-bedrijven-nieuwe-stijl, die fungeren als springplank én vangnet voor mensen met een arbeidsbeperking. Want, zo stelt de vakbond, net als iedereen hebben ook zij recht op werk. De FNV zet zich al langer en met veel energie in voor mensen met een arbeidsbeperking. Als reactie op het sluiten van de instroom in de WSW in 2015 en aansluitend de start van de Participatiewet. Deze veranderingen hebben de positie van mensen met een arbeidsbeperking er niet beter op gemaakt. In 'Recht op werk' worden de problemen en de knelpunten netjes op een rij gezet. Beschreven wordt hoe sommige gemeenten ervoor hebben gekozen om hun SW-bedrijven te ontmantelen en het aan het werk helpen van mensen met een arbeidsbeperking zelf ter hand te nemen. Op allerlei plekken in het land leidt dit tot versplintering van de opgebouwde kennis en ervaring en daarmee alleen maar tot een slechtere positie van de betrokkenen.

IN DE KOU

Hoe belangrijk het is dat arbeidsbeperkten een steuntje in de rug krijgen, bleek vorige maand weer eens. Een onderzoek van de brancheorganisatie van sociale werkbedrijven Cedris wees uit dat de afgelopen jaren 12.000 mensen met een arbeidsbeperking aan het werk zijn geholpen. Terwijl het ministerie van SZW claimde dat het om 53.000 mensen zou gaan. Realisatie van de afspraak uit 2013 tussen het Rijk, werkgevers en vakbonden om ervoor te zorgen dat er in 2025 zeker 125.000 extra banen zijn voor deze mensen is dus nog ver weg. Kitty Jong, vicevoorzitter van de FNV, noemt de uitkomst van het onderzoek ontluisterend, maar zegt tegelijkertijd dat dit strookt met de geluiden die ze hoort uit de eigen achterban. ‘We krijgen nog vaak meldingen van mensen met een beperking die, ondanks het banenplan, enorm veel moeite hebben om werk te vinden.’ Ook eerdere onderzoeken lieten al zien dat de nieuwe werkwijze mensen met een arbeidsbeperking in de kou laat staan. Zo stelde het Sociaal en Cultureel Planbureau in 2018 vast dat twee jaar na het stoppen van de WSW nog slechts 30 procent van de mensen die begin 2015 op de wachtlijst stonden voor een SW-bedrijf een baan heeft. Twee jaar later is dit percentage nauwelijks opgelopen: 39 procent. Bovendien gaat het deels om werken zonder loon.

De Inspectie SZW deed in 2018 ook een duit in het zakje, door in een rapport vast te stellen dat gemeenten er redelijk in slagen kansrijke jongeren met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen, maar zich geen raad weten met jongeren die niet makkelijk te plaatsen zijn. Dat is eveneens een van de conclusies van de betrekkelijk vernietigende evaluatie van de Participatiewet door het Sociaal en Cultureel Planbureau in 2019: het enige goede nieuws is dat voor jonggehandicapten met arbeidsvermogen de baankans iets is toegenomen, al is hun inkomenspositie verslechterd. Voor de rest staan alle parameters in het rapport in de min: meer mensen met een arbeidsbeperking zitten thuis op de bank, met name als de afstand tot de arbeidsmarkt wat groter is.

INITIATIEFNOTA

De politiek heeft het FNV-plan voor sociale ontwikkelbedrijven positief ontvangen. Toenmalig staatssecretaris Tamara van Ark, die tijdens een symposium in januari de nota 'Recht op werk' in ontvangst nam, toonde zich onder de indruk van dit vakbondsinitiatief. Enkele maanden later lieten CDA en SP weten dat zij werken aan een initiatiefnota om de wensen van de bond in de wet verankerd te krijgen. Inmiddels hebben zij dit initiatief gepresenteerd. Ook diverse andere politieke partijen hebben nu voorstellen als een wettelijk recht op werk en investeren in sociale ontwikkelbedrijven in hun verkiezingsprogramma opgenomen. ‘Het is fijn om positieve reacties te ontvangen’, reageert Wiechmann, ‘maar daarmee zet je nog geen échte veranderingen in werking. Daarom zijn wij doorgegaan met het verder uitwerken van onze plannen Want naast een recht op werk en begeleiding via sociale ontwikkelbedrijven is er meer nodig om de positie van werkzoekenden met een arbeidsbeperking te verbeteren: de budgetten in de Participatiewet moeten op de schop, want dit werkt niet.’

ANDERE FINANCIERING

Het resultaat van dit laatste is terug te vinden in 'De waarde van werk verzilveren', net als het vorige rapport in opdracht van de FNV opgesteld door financieel expert Robert Capel. Kern hiervan is een andere financiering van de Participatiewet. Daarmee worden gemeenten beter in staat gesteld om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en hen tevens tijdens het werk te begeleiden. Wiechmann: ‘Zoals de budgetten nu worden verdeeld door de Rijksoverheid, frustreert dit gemeenten meer dan dat het helpt.

'ALS JE REKENING HOUDT MET ALLE MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN EN BATEN, BLIJFT ER EEN POSITIEF SALDO OVER'

Gemeenten die investeren in mensen, profiteren niet of nauwelijks van de financiële en maatschappelijke voordelen als mensen vanuit een uitkering naar werk worden begeleid.’ Eén voorbeeld van de voorstellen: op dit moment krijgt elke gemeente een budget om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. De ene gemeente doet zijn best en investeert zelfs extra. De andere gemeente 'zit' op het geld om (toekomstige) tekorten te voorkomen. ‘Beter zou het zijn gemeenten te belonen voor hun inspanningen. De verdeling van het Participatiebudget moet daarom worden gebaseerd op echt gerealiseerde banen.’ Dit idee kan samen met drie andere concrete voorstellen zonder extra kosten snel worden ingevoerd, aldus Wiechmann. ‘Op termijn moet er echter wel geld bij, als we als samenleving de ambitie hebben om veel meer mensen met een arbeidsbeperking te ondersteunen om aan het werk te komen. Maar als je rekening houdt met alle maatschappelijke kosten en baten, blijft er een positief saldo over. Met andere woorden: uiteindelijk levert het geld op.’

Peter Wiechmann: ‘De budgetten van de Participatiewet moeten op de schop, want dit werkt niet’

Deel deze pagina